Italië is het nieuwste grote kookboek van Onno Kley sinds zijn magnum opus: de Grote Kleyn het licht zag. Een combinatie van levens-, reis- en kookverhaal zoals we dat van hem kennen, in zijn eigen specifieke, een tikje gemaakt informele stijl met woordjes als ‘goedbeschouwd’ en ‘immer’ die wel heel regelmatig worden gebruikt. Maar het stoort nauwelijks als je je overgeeft aan zijn openhartig beschreven jeugdverhaal dat gelardeerd wordt met recepten. Klassiek Italiaanse recepten, maar toch weer vaak voorzien van een Kleyne twist. Dat begint al bij het tweede recept: ‘Bak de knoflook zachtjes in een koekenpan in de olie tot hij begint te kleuren en verwijder hem daarna. Dat is althans wat de Italianen doen; ik laat hem lekker zitten en eet hem later op.’
De recepten zijn ogenschijnlijk eenvoudig, net zoals de Italiaanse keuken dat ogenschijnlijk is. Weinig ingrediënten, maar van hele goede kwaliteit. En geen overdaad aan handelingen, maar wel precies weten wat je doet. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. Er is geen twijfel over dat Kleyn een meester is. En zo makkelijk beschreven kun je al snel het gevoel krijgen dat het allemaal vrij simpel is. In de praktijk is dat vaak niet zo, al was het maar door de manier waarop de recepten zijn beschreven.
Ook de recepten zelf zijn behoorlijk verhalend. De beschrijving van de uiteindelijk te verrichten handelingen minimaal. Dat is prima, maar het vereist wel de nodige basiskennis en -ervaring. Voor beginnenende thuiskoks helpt het ook niet dat in dit kookboek geen foto’s of afbeeldingen zijn te vinden. Althans geen afbeeldingen die houvast geven bij het koken van de recepten.
Dit alles maakt dat Italië eigenlijk vooral een heel aangenaam leesboek is, dat wordt opgeluisterd door mooie recepten die ervoor zorgen dat je zin krijgt om te gaan koken. Meestal kan dat goed met lokaal verkrijgbare ingrediënten en soms moet je wat meer moeite doen, bijvoorbeeld als Kleyn net de lof heeft gezongen over Italiaanse venkelworstjes. Die wil je dan eigenlijk eerst bestellen bij Brandt en Levie. Maar dat heb je er tegen die tijd ook wel voor over.
